Aimee Rhemrev: Paradise Lost (23 schilderijen olie op doek)
Van augustus 1945 tot de erkenning en souvereiniteitsoverdracht op 27 dec
1949 werd in Nederlands-Indie een bloedige oorlog uitgevochten. Zestig jaar
later bestaat hierover nog steeds geen eenduidige geschiedschrijving en een
grote gevoeligheid. Er vielen vele slachtoffers, er was sprake van martelingen,
verkrachtingen en executies. Duizenden Indo-Europeanen, Chinezen, Ambonezen
en Menadonezen werden vermoord. Het meeste daarvan kwam niet in de openbaarheid
door een strenge censuur.
In het jaar 1946 reisde ik als baby met mijn moeder vanuit Den Haag met de
Johan de Wit naar mijn vader op Java. De oorlog en hongerwinter waren net
achter rug. Mijn vader, opgeleid in Delft als werktuigbouwkundige, wilde
als Indische Nederlander werken aan het herstel en de opbouw van Indie; in
Nederland was weinig werk. Wij kwamen terecht in Semarang, tijdens deze periode
geheel in Nederlandse handen en betrekkelijk kalm.

Mijn kleuterjaren waren "paradijselijk",
ik genoot een grote vrijheid, was altijd buiten, met veel natuur en dieren
om mij heen. Verzorgd door "baboes"en "katjongs" was
het een afwisselende en boeiende wereld.
Op de achtergrond speelde echter de oorlog en was er dreiging. Indische Nederlanders
voelden zich heen en weer getrokken tussen loyaliteit aan hun geboortegrond
en loyaliteit aan hun Nederlandse nationaliteit en opvoeding. Betrouwbare
informatie was schaars, de politionele acties werden gepresenteerd als humanitaire
missie, verzetsstrijders waren terroristen.
Eind 1948 kwam ons gezin met de Willem Ruys terug naar Nederland, alle bezittingen
werden achtergelaten. De schilderijen in dit boek geven een beeld van paradijselijke
jaren in een verscheurd land.